IMG_50    

                                                

 

 

Lichtglans

De tijd tussen kerst en de veertigdagentijd noemen we epifanie. Een tijd waarin Gods lichtglans de wereld intrekt. Daarom een verhaal over dat licht. Een verhaal dat terugblikt op het licht uit het kerstverhaal. Een verhaal dat ook al de eerste aanzet geeft voor de bezinning van de veertigdagentijd. Een verhaal voor onze coronatijd waarin het zo donker lijkt. 

 

Een traan van licht 

Eeuwenlang had het licht de aarde, de mensen, de dieren en de planten beschenen. Overdag was het er geweest als het licht van de zon, ’s nachts had het geschenen als het licht van maan en sterren. Waar geen zon of maan kon doordringen, was het aanwezig geweest als het licht van een kaars of een olielamp. Maar nu stond het besluit van het licht vast. De tijd om voorgoed te vertrekken was gekomen. Het licht besloot om weg te gaan en nooit meer terug te keren. 

Niet de dieren hadden het er zo naar gemaakt. Ook niet de planten. De mensen waren het, die het ernaar gemaakt hadden. Zij deden dingen die het daglicht niet konden velen. Mensen lieten het duister toe in hun hart in plaats van het licht van de liefde. In hun hoofden weefden zij duistere hersenspinsels in plaats van heldere, kleurrijke gedachten. Dat had het licht doen besluiten om te vertrekken. Als niemand in het licht wilde wandelen, zou ieder dat voortaan maar in het donker moeten doen. Het licht begon de terugtocht. Het keerde weer naar de plek vanwaar het gekomen was: de hemel. Op aarde bleef alleen het donker; het donker van een eindeloze nacht. 

De mensen dachten eerst dat het licht wel terug zou komen. Maar de nacht kende geen einde, de dag brak niet meer aan. De mensen werden ongerust. Zij zochten elkaar op en overlegden hoe het licht zou kunnen worden teruggehaald. 

De generaals kwamen met een plan. Zij stelden voor dat de moedigste soldaat van het leger de hoogste berg van de wereld zou beklimmen. Daar, op de top van de berg, zou hij dicht genoeg bij de hemel zijn om met het licht te kunnen praten. Hij zou vertellen hoe nuttig en nodig het licht was. Het kon haast niet anders of het licht zou door zijn smeekbede van gedachten veranderen en terugkeren. Maar toen de soldaat hoog op de berg was aangekomen en met het licht sprak, zag het licht hoeveel trots en hoogmoed er in zijn hart verscholen lagen. Het licht keerde zich van hem af en bleef ver weg in de hemel. 

Daarop kwamen de priesters met een voorstel. Als alle kinderen een groot koor zouden vormen en het licht zouden toezingen, zou dat het licht niet milder stemmen? Het licht kon misschien een soldaat weigeren terug te komen, maar toch niet kinderen? Juist kinderen leden het meest onder het duister. Maar toen de kinderen stonden te zingen, zag het licht hoe zij elkaar duwden, knepen en ruzie maakten. Het licht bleef bij zijn besluit om niet terug te keren en in de verre hemel te blijven. 

Het was ergens in een stal, ver weg van de generaals en de priesters, dat zich een man en een vrouw ophielden. De man keek bezorgd. Zijn vrouw had hevige pijn in haar buik. Het moment was gekomen dat hun kind zou worden geboren. Maar hoe moest dat in het diepe duister? De man wist het niet, hij was wanhopig. Hij keek naar de donkere hemel en sprak tot het onzichtbare licht: ‘Ik begrijp dat soldaten u niet kunnen terugbrengen, ik begrijp dat kinderen die gemeen doen u niet kunnen terughalen, maar een kind dat geboren gaat worden, wat heeft dat voor kwaad gedaan? In een kind dat geboren wordt, leeft toch nog geen duisternis?’ toen het licht de woorden van de man hoorde, ontroerde het licht. Juist op het moment dat het kind geboren werd, viel een traan van licht uit de hemel. Het kwam terecht in de stal. Vanuit die stal met het kind begon het licht zich weer uit te spreiden over de aarde. Zo keerde het licht weer terug. 

Nooit meer is het licht weggegaan. En nog steeds, als ergens een kind wordt geboren, valt er een traan van licht uit de hemel. 

Uit: De droom van de generaal 

Van: Stephan de Jong 

 

 

Gedicht

  Uit: Een rode draad van Ann Verschuren

 

 

  God,

  Zegen hen die wachten

  op het resultaat van een spannend onderzoek

  op een geliefde die het huis verlaten heeft

  op de deurwaarder die gaat komen.

 

  God,

  Zegen hen die hopen

  op een handjevol rijst

  op een fatsoenlijk loon

  op rechten voor vrouwen.

   

  God,

  Zegen hen die uitkijken

  naar een dagen zonder pijn

  naar een klop op de deur

  naar een verloren zoon of dochter.

 

  God,

  Zegen hen die wachten

  op het einde van de beschietingen

  op een gelukte oogst dit jaar

  op de ronde van de dokter in het kamp.

 

  God,

  Zegen hen die hopen

  dat het morgen beter zal zijn

  dat de duisternis niet eeuwig blijft duren

  dat er groen kan groeien in de woestijn.

 

  God,

  Zegen hen die uitkijken 

  naar uw komst

  naar uw vrede

  naar uw nabijheid.

 

 

 

 


 

 

  •  



Er was eens een jonge man.

Er was eens een jonge man.
Hij studeert af aan het Doopsgezinde seminarie.
Hij zoekt naar een baan in een gemeente.
Er komen drie oude dames bij hem op bezoek die hebben gehoord dat hij werk zoekt.
Ze vertellen van hun gemeente in Wolvega. Ze vertellen: "Onze gemeente bestaat al drie honderd jaar maar het is bijna afgelopen nu. En we willen niet dat het afloopt."
En ze doen hem een aanbod: "Als je bij ons wilt komen werken, krijg je alle ruimte. We hebben een huis voor jou en je jonge gezin. Je mag doen wat je wilt. Maar we hebben maar voor negen maanden salaris."
De jonge man vraagt raad aan zijn professoren en aan enkele jonge collega's die net een baan hebben gevonden in een gemeente. Ze raden hem allen af deze baan aan te nemen.
"Er zijn bloeiende en vitale gemeentes genoeg die jou willen hebben", zo zeggen ze.
Maar de jonge man neemt het aanbod van de drie oude dames aan. Hij gaat met zijn gezin in Wolvega wonen.
Hij begint op zondagmorgen met de dienst een beetje te veranderen. Meer bij de tijd.
Na zes maanden blijkt dat er enkele gezinnen op zondagmorgen bij hem in de dienst komen.
De drie oude dames zien dat en zijn blij.
Na negen maanden hebben ze samen een evaluatie.
De drie oude dames merken op: "Het gaat goed hier. Wij hopen dat je blijft."
De jonge man antwoordt: "Ja, ik wil graag blijven."
Eén van de oude dames merkt dan tenslotte op: "Wij zijn blij dat je blijft maar wij haten jouw diensten op zondagmorgen. Wij vinden dat je dat moet horen van ons."
Sinds die tijd houdt hij diensten op zondagmiddag waar de oude dames en een enkele oude heer zich wel bij thuis voelen.

                                                   
 

De dominee en de evangelist.
Een dominee en een evangelist zijn goede vrienden terwijl ze heel verschillend zijn.
De dominee houdt van orde, zorgt dat alles netjes en gezellig is, waar hij woont en werkt.
Pas als hij ergens thuis is, dan gaat hij op huisbezoek.
De evangelist is vol van Jezus' blijde boodschap en trekt er vaak op uit om dit aan vreemden te vertellen.
Ze gaan samen op vakantie en besluiten om op berenjacht te gaan.
Na een dag rijden komen ze in de bergen aan bij hun vakantiehut.
De dominee zegt: "Ik maak het in orde en gezellig."
De evangelist antwoordt: "Ik ga op berenjacht nu ik hier ben."
Na een tijdje heeft de dominee al hun spullen gezellig in de hut geordend.
Hij kijkt naar buiten en ziet dat het al wat gaat schemeren.
Dan ziet hij in de verte zijn vriend rennen. Ziet hij het goed?
Met een beer achter zich aan. Hij schrikt. Wat te doen?
Zijn vriend komt naar de hut, de heuvel af. De beer lijkt hem in te halen.
Zijn vriend rent voor zijn leven. De dominee besluit de deur open te doen zodat zijn vriend nog net naar binnen kan en de deur dicht te doen voor de neus van de beer.
Als zijn vriend bijna bij de deur is, doet hij de deur open.
Maar zijn vriend doet net op tijd een stapje opzij en laat de beer doorlopen.
Hij roept: "Deze is voor jou en ik ga nog een andere beer halen."

Dit zijn twee verhaaltjes die Stuart Murray ons eind mei vertelde bij de training gemeenteopbouw. Ik deel ze graag.
Jelle de Groot

 

Vrede in 1 minuut

 

Vrede is dichterbij dan u denkt en u kunt er zelf aan bijdragen.

In één minuut kunt u al iets doen.

Waarom niet vaker een kleine bijdrage aan vrede in uw hart,

in uw omgeving, in de samenleving?

1.        Geef iets aan een ander, letterlijk of figuurlijk.

Geef voorrang, glimlach, geef een fooi, help iemand, enz.

2.   Maak oogcontact met iemand die je niet kent en die je ook niet snel zal leren kennen.

3.   Ruim iets gewoon op in plaats van uw partner of kind hierop aan te spreken. (ongeacht wiens verantwoordelijkheid het is)

4.   Ga rechtop op een stoel zitten, sluit je ogen en herhaal in jezelf als een mantra: "Vrede is vrijheid".

Neem waar wat dit oproept. Welke gevoelens of gedachten?

Laat ze er gewoon zijn, zonder oordeel.

5.   Los iets op dat u al een tijd dwars zit.

Bijvoorbeeld door iemand, met wie u nog iets moet uitpraten, te bellen of een brief te schrijven.

6.   Kiest u voor gelijk of geluk? Houd deze vraag in uw achterhoofd, bij alle keuzes die u maakt.

7.   Wat staat uw innerlijke vrede in de weg?

Schrijf in 1 minuut tijd alles op wat in u opkomt.

Laat het er zijn en doe hier verder niets mee.

8.   Maak een praatje met een buurman of buurwouw waar je nooit mee praat.

9.   Laat, als u onder de douche staat, alle onvrede van u afspoelen.

10.  Oordeel vandaag niet over jezelf.

Ook niet als je het toch doet.....

 

AANDACHTIG LEVEN. 

Er was eens een zeer geleerde man die een groot publiek een spiegel voorhield. Het was een spiegel die hij maar al te zeer kende uit eigen leven. Die spiegel heet VERVELING.

Deze man botste in zijn leven vaak op verveling en maakte daar toen zijn levenswerk maar van. Hij schreef een erg dik en ingewikkeld boek over dat onderwerp zodat hij nu in elk geval een bekend mens werd. Hij vertelt: “Ik werd gevraagd bij een belangrijk t.v. programma voor een gesprek over verveling. Ik zou gaan op één voorwaarde n.l. dat ik halverwege het programma weg mocht lopen met de opmerkingIk verveel me hier dood’. Dat ging dus niet door….”

Zijn dikke boek gaat over verveling door alle eeuwen heen in de Westerse wereld. Het is vooral een verschijnsel van mensen die het goed hebben. Mensen die moeten zwoegen om in leven te blijven hebben geen tijd om zich te vervelen. Koningen en keizers beginnen oorlogen of steken steden in brand uit verveling.

Verveling heeft te o.a. maken met VERVULLING. Een mens die helemaal op gaat in het maken van b.v. muziek verveelt zich niet.

Hele kleine kinderen vervelen zich niet en kunnen zich lang bezig houden met hele kleine dingen zoals het bekijken van een lieveheersbeestje. Verveling heeft dus ook te maken met VERWONDERING.

Maar als kinderen groter worden krijgen ze meer en meer wensen. Ze willen een bepaald stuk speelgoed heel graag hebben en als dat stuk speelgoed er is dan duurt het maar korte tijd en de verveling slaat weer toe. Het kan zijn dat de kast tenslotte vol ligt met heel veel dure spullen maar toch klinkt het weer: “Mam, ik verveel me zo.”

Wij zeggen niet voor niets: “Het hebben van de zaak is het einde van het vermaak.”

Toch zijn wij volwassenen niet veel anders in heel veel gevallen.

Als je kijkt naar de reclames voor vakantiebestemmingen dan zie je vaak staan ‘U zult zich geen moment vervelen.’  Hoort verveling wezenlijk bij ons leven?

En kun je daar iets aan doen als je dat zou willen?

Het lijkt wel alsof de moderne mens hard bezig is om te zoeken naar een oplossing voor het verdrijven van de verveling in zijn leven. We ontlopen de verveling door druk, druk bezig te zijn. We hebben het druk en als we even TIJD over hebben dan kunnen we eindeloos gaan winkelen, ook op zondag. Mochten we daar moe van worden dan kunnen we ons laten vermaken op allerlei manieren, niet in het minst door de t.v.  Mocht er geen spanning meer in ons leven zijn dan scheppen we die spanning wel met Big Brother, Idols en noem maar op.

Geloof me,” zei onze geleerde man, “Er komt een programma waarin twee mensen één miljoen euro kunnen winnen als de een de ander met blote handen doodt. Als dat programma de lucht ingaat, zie je geen mens meer op straat.

Ik, luisteraar, heb uiteindelijk verstaan dat het gaat om hebben of zijn. Dat het gaat om nieuw leren zien naar onze werkelijkheid, mijn eigen leven. Als ik met respect naar dingen, planten, dieren en mensen kijken dan ga ik anders leven. Een ding of een dier is niet alleen een gebruiksvoorwerp. Een ander mens is niet alleen buschauffeur of huisvrouw. Verwondering is het begin van een nieuw leveneen 2e geboorte. Dat kun je amper oefenen want het wordt je ook gegeven. Toewijding kan je wel helpen op de weg. Oefenen in zijn en genieten is een deel van de weg. Verbonden raken met alles om je heen in de diepte en de breedte is een mogelijkheid die mensen gegeven is. Ik ben deze eerlijke en geleerde mens zeer dankbaar voor de spiegel die hij ons voorhield. Zo´n spiegel hang ik graag op in mijn kamer.

 

                                                                                    Jelle de Groot.

 

Eenzaam in Mekka door Asra Q. Nomani.

 

Eenzaam in Mekka is een waar gebeurd en persoonlijk reisverslag.

Asra is in India geboren maar in Amerika opgegroeid als moslima. Ze is journaliste en dochter van een vader die hoogleraar voedingskunde is en haar moeder is eigenaresse van een boetiek; beide ouders zijn overtuigd moslim.

Asra is (was) een goede vriendin van Daniël Pearl die destijds in Irak is onthoofd. Ze begrijpt niet waarom Daniël is vermoord in naam van haar eigen godsdienst. De vriendin van Daniël was in dezelfde tijd zwanger en Asra heeft haar op allerlei manieren bijgestaan. Ze was zelf ook zwanger maar haar vriend verlaat haar zodat ze als ongehuwde moeder haar zoon Shibli ter wereld brengt. Ongehuwd moeder zijn wordt in de islam niet geaccepteerd.

Al met al Asra heeft veel redenen waardoor ze in een crisis terecht komt.

Ze besluit de reis naar Mekka en Medina te maken - de hadj – met haar zoontje en ze wordt vergezeld door haar ouders en haar nichtje en neefje. Deze reis is toch al gevaarlijk maar nu des te gevaarlijker omdat ze als ongehuwde Moeder een verschrikkelijke straf kan krijgen. Deze angst vergezelt haar totdat ze in Mekka het verhaal hoort van Hagar die als ongehuwde moeder weggestuurd wordt door Abraham. Dat verhaal inspireert haar en geeft kracht om de pelgrimtocht verder af te maken.

Het is heel boeiend om met de familie mee te gaan op reis naar Mekka en Medina. Dat ze het er levend van af brengen is een groot wonder en het is prachtig om te lezen hoe ze als familie steeds meer verbonden raken op deze reis.

We mogen vaak kijken door de ogen van Asra naar een wereld die wij niet kennen. Het is een vreemde wereld van geloof, gebruiken en modern westers comfort en reclames. Wat haar vooral raakt is het feit dat vrouwen en mannen samen mogen bidden op dezelfde plaatsen in Mekka en Medina. Verder is ze al eerder in haar leven vertrouwd geraakt met andere wereldgodsdiensten en kan het niet hebben dat sommige heilige plaatsen streng verboden zijn voor niet-moslims.

Eenmaal terug in Amerika probeert ze de ervaringen van deze pelgrimstocht toe te passen. Als ze met haar zoontje naar de plaatselijke moskee gaat, wordt het duidelijk dat ze langs de achteringang binnen moet én op afstand van de mannen moet bidden.

Aangezien haar vader in het moskeebestuur zit, probeert ze eerst via het bestuur een vrije ingang te krijgen. En dan begint de lange strijd waarin ze wordt gesteund door vader en moeder en op de lange duur door heel veel mensen, wereldwijd die dezelfde strijd voeren.

Het blijkt dat conservatieve moslims uit andere landen belangrijke posten hebben ingenomen in de moskeeën waaronder ook hoog opgeleide mensen (mannen).

Tussen 2001 en 2004 lezen we hoe Asra vaste grond in de islam zoekt om ook juridisch steun te vinden voor haar strijd als ongehuwde moeder. Volgens haar heeft de profeet Mohammed de scheiding tussen mannen en vrouwen nooit zo gewild. Asra wil vrijheid voor vrouwen in de moskee en in de slaapkamer en ontwerpt daar een islamitisch wetsontwerp voor.

Ze onderneemt allerlei acties waarbij ze soms met de dood wordt bedreigd. Langzaam maar zeker, samen met anderen, komen er weer moskeeën waar mannen en vrouwen gelijke rechten hebben én komt het gesprek op gang over gelijke rechten waar het de slaapkamer betreft.

Een boek over een fantastische vrouw en de weg die ze gaat en moet gaan. Een moedige vrouw en inspirerend voor ons op onze weg naar vrijheid in verbondenheid!!

 

Verloren En Gevonden Worden.

    

            Waar Ben Je?

Waar Ben Je?   Jij,    Die Jezelf Noemt 

Ik Zal Er Zijn’,     Waar Ben Je? 

Verlaten Ben IkEenzaam En Alleen.

O,  Er Zijn Mensen Die Voor Me Zorgen,  Dag Na Dag. 

Vrienden Komen Me Bezoeken, 

Mijn Kamer Staat Soms Vol Bloemen. 

Maar Jij, Waar Ben Je?  

God,  Zie Mijn Benauwdheid, Hoor Mijn Roepen 

En Wees Toch Bij Me.   

Ik Kan Dit Niet Alleen. 

Draag Mijn Zieke Lijf, Geef Me Weer Toekomst, 

Uitzicht Op Leven.  

Houd Me Vast    

Jij.

 

      Dankbaar.

 

Ik Zag Vanochtend Een Klein Vogeltje. 

Het Zong Gewoon Omdat Het Leefde. 

Ik Heb Er Met Verbazing Naar Zitten Kijken. 

Zijn Lied Raakte Me Diep In Mijn Hart Waar Nog Zoveel Pijn Woont. 

Dat Dappere BeestjeIk Ben Hem Dankbaar Voor Zijn Zingen. 

Wat Er Ook Gebeurt De Vogels Zingen Hun Lied. 

Ze Gaan Maar Door Ze Houden Het Vol. 

O God, Laat Me Toch Op Die Vogel Lijken Die Gewoon Maar Zingt.


           Gedragen.

 

Ik Droomde Dat Ik Wandelde Langs Het Strand Van De Zee. 

Het Was Eb En De Golven Kabbelden Zacht. 

Naast Mij Wandelde De Heer. 

Zo Liepen We Daar Als Volgden We Mijn Eigen Levensweg. 

Onze Voetstappen Vormden Achter Ons Een Spoor In Het Zand. 

Van Tijd Tot Tijd Keek Ik Om En Zag De Sporen Van Mijn Leven 

Neergedrukt In Het Zand. 

De Dagen Van Geluk En Voorspoed, Maar Ook 

Die Van Pijn En Verdriet. 

Toen Ik Echter Naar Met Spoor Van Mijn Moeilijkste Dagen Zocht 

Vond Ik Slechts Één Paar Voetstappen In Het Zand. 

Waarom, Heer, Was Jij Er Niet,’ Vroeg Ik Aan Mijn Metgezel, 

Waarom Liet Je Me Alleen Op Het Moeilijkste Stuk Van Mijn Pad?’

 

Toen Keek Hij Mij Liefdevol Aan En Zei: ‘Ik Was Er Wel, Mijn Vriend, 

Want Toen Heb Ik Jou Gedragen.’
  

 

Een Herder Aan Mij Zijde

 

Moge God Mijn Gids Zijn,
 
Een Waakzame Herder Aan Mijn Zijde. 

Met Zijn Staf Zal Hij Me Leiden En Met Zijn Stok Me Ondersteunen. 

Dat Hij Me Brengen Moge Naar Een Oord Zonder Nacht, 

Waar Wijzen Niet Sterven En Goeden Niet Omkomen, 

Waar Men Zwaard En Wapenrusting Aflegt, 

Een Oord Van Enkel Vrede.

 

 

Aandachtig leven: “Hoe gaat het met jou?”
 
Al mijmerend kom ik uit bij deze vraag. Meestal stellen we die vraag als een gewoonte op het moment dat we elkaar een tijdje niet hebben gezien. Dat kan op straat gebeuren en dan is het maar de vraag of ik of die ander wel de tijd heeft om echt op de vraag in te gaan.
Wat zou het nu en dan fijn zijn als we echt tijd en ruimte maken voor die ander.
Die ander die in sommige gevallen ook nog zuster of broeder wordt genoemd!
Laatst werden we uitgenodigd voor een filmavond van een natuurclub.
Het zijn mensen met een duidelijk gezamenlijk goed doel. Wij vinden het belangrijk om die club te steunen en hun blaadje goed te lezen maar dan houdt het op. Tot op heden hebben we nergens aan deelgenomen wat die club aanbiedt. Er zijn veel andere belangen die voorgaan.
Achteraf las ik dat op de bewuste filmavond toch nog een redelijk aantal mensen aanwezig waren. Gelukkig maar want we gunnen die club veel goeds.
Op 25 januari hebben we ‘wereldbroederschapszondaggevierd op verschillende plaatsen.
Het thema was: “ Samen één in het spoor van Jezus Christus.”
Dat thema is ook het thema van het Doopsgezinde Wereldcongres in Paraguay komende zomer.
Daar komen doopsgezinden uit alle windstreken bijeen die zeer verschillend zijn.
Zouden wij iets van die inspiratie over kunnen nemen?
Op de 1e zondag van de advent 2008 begon een nieuw kerkelijk jaar.
Het trof me toen kijkend naar de lijst van leden en vrienden dat ik in het afgelopen jaar sommige mensen nooit heb mogen ontmoeten. Dat kan een gemiste kans zijn van twee kanten. Maar er zijn soms belangrijke redenen om ergens niet te komen. Dat geldt zowel voor de natuurvereniging als voor onze gemeenten.
Redenen die we jammer genoeg lang niet altijd van elkaar weten.
Rond die 1e zondag van de advent waren we ook bijeen met een aantal collega’s. Er was weer een boeiend boek verschenen over ‘de gezonde gemeente’. Het zoveelste over gemeenteopbouw.
En mijn reactie is: “Kunnen we hier en daar nieuwe mogelijkheden scheppen om elkaar te ontmoeten?”   Soms is de kerkdienst met koffie erna niet de beste plaats voor een ontmoeting.
Samen wandelen, bij elkaar op bezoek gaan, of eens een telefoontje kan meer kansen bieden om elkaar die vraag te stellen hoe we het maken. Elkaar leren kennen is de basis van eengezonde gemeente’. Betrokkenheid en aandacht voor elkaar gaat daaraan vooraf.
Ontmoeten is letterlijk ont- moeten. Er moet dus niets.
Dat is heel wat om in de praktijk te brengen.
Als ik niet echt weet wat die andere zuster of broeder meemaakt of bezig houdt of nodig heeft dan kan er amper sprake zijn van zuster en broederschap.
Op 4 oktober 2009 vieren we broeder en zusterschapsdag in De Knipe. Misschien kunnen we voor die tijd elkaar bezoeken, treffen en ontmoeten zodat de zuster en broederschap dieper, breder en waardevoller is geworden!          
 
                                                                                             Jelle de Groot



Een nieuwe lente.

 

Nu iets over de helft van januari heen, zie ik de tekenen van de lente.

Hier en daar bloeien sneeuwklokjes en toverhazelaar, de vlier heeft kleine blaadjes, de kamperfoelie dikkere knoppen en u kunt het aanvullen. Fijn ook dat de zon af en toe een aantal uren schijnt en warmte geeft.

Elke dag zie ik meer als ik aandachtig kijk.

Maar ik hoor en zie ook andere dingen.

De film van Geert Wilders is in aantocht. Mensen zijn bang voor rellen zoals elders zijn geweest. Ik heb daar een nachtje over geslapen en dacht toen wat ik allang denk.

Waarom geweldloze weerbaarheid niet als vak op alle scholen geoefend?

Respect voor anderen en andermans bezit inoefenen?

Ooit las ik eens dat het woord respect letterlijk betekent: anders gaan zien.

Nieuwe lente staat dan ook voor: anders gaan zien.

Dat mogen wij af en toe samen oefenen en elkaar aanzeggen.

Ik kom terug bij mijn thema want dit thema groeit al vanaf kerstmis.

Toen hoorden we in de diensten over: Jezus is als Messias geboren.

Ik heb gestoeid met dat woord Messias. Ik kwam er niet gemakkelijk dichtbij.

Ik kwam er dichterbij toen ik bij Huub Oosterhuis en Hans Stolp las dat ze Jezus ervaren als een oudere broer die hen voorgaat in leven, in werkelijk leven.

Een oudere broer……prachtig en beter in te leven voor mij.

En ik kwam bij het volgende verhaal uit dat me al jaren boeit.

De leidsman van een klooster maakt zich zorgen over de broederschap onder zijn monniken.

De onderlinge liefde is vaak ver te zoeken.

Ten einde raad gaat hij naar een wijze meester.

“Wat moet ik doen om de sfeer in mijn klooster te verbeteren?”, vraagt hij aan de meester.

Deze trekt zich terug in gebed en de leidsman wacht.

Een tijd later komt de meester terug en zegt: “Ga terug naar uw klooster en wees blij, want ik heb vernomen dat in uw klooster de Messias zijn intrek heeft genomen.”

De leidsman gaat verwonderd terug  en in het klooster roept hij de monniken bijeen.

Hij zegt: “Ik heb vernomen dat de Messias onder ons is.”

Vanaf dat moment verandert de instelling van de broeders. In alle opzichten maar vooral in de onderlinge liefde worden ze nieuw.

Want vanaf dat moment denken ze na over de woorden van hun leidsman.

Voor ieder van hen valt wel wat te zeggen als mogelijke Messias, maar echt overtuigend is eigenlijk niemand. En de meester kan zeker mij niet hebben bedoeld. Ik ben tenslotte maar een doodgewoon mens. Maar stel je voor dat hij tóch mij bedoelt?

Stel dat ik de Messias ben? O, God, alstublieft niet. Ik kan toch onmogelijk zoveel waard zijn in uw ogen. Of toch?

Ze behandelen elkaar sindsdien met meer respect en ook zichzelf want je weet maar nooit.

De sfeer is ermee vervuld en er komen zelfs jongeren om zich bij hen aan te sluiten.

 

Jelle de Groot

 

 

Je kinderen zijn je kinderen niet.  

En een vrouw die een kindje aan haar borst drukt vraagt: “Spreek tot ons over kinderen.”

 En hij zegt:

 “Je kinderen zijn je kinderen niet; ze zijn de zonen en dochters van het diepe verlangen van het leven naar zichzelf.

 

Zij komen door je, maar ze zijn niet van je en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe. Je mag hen geven van je liefde, maar niet van je gedachten, want ze hebben hun eigen gedachten.

Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen, want hun zielen verblijven in het huis van morgen, dat je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je stoutste dromen.

Je mag proberen hun gelijke te worden, maar tracht hen niet aan jóu gelijk te maken, want het leven gaat niet terug en blijft niet stilstaan bij gisteren.

 Jullie bent de bogen, waarmee je kinderen als levende pijlen worden weggeschoten, de boogschutter ziet het doel op de weg van de oneindigheid en buigt je met zijn kracht opdat zijn pijlen snel en ver zullen vliegen.

Laat het gebogen worden door de hand van de boogschutter een vreugde voor je zijn, want: zo hij zijn pijlen liefheeft, zo heeft hij ook de boog lief die standvastig is.”

 

Kahlil Gibran uit De profeet.

 

Waar leef je van?

 

Deze vraag komt naar boven als ik denk aan kringavonden.

Wat zou het fijn zijn om eens te delen met elkaar wat je mooiste boek, film, tekst, herinnering  is. Of mee te nemen en te vertellen van iets wat thuis is en erg kostbaar voor je is.

Elkaar leren kennen is een belangrijke basis in de gemeente. Dan raak je ook meer betrokken op elkaar. Waar je van en voor leeft, als je dat deelt, wordt het vermenigvuldigd.

Intussen leven we naar Pasen. Sommige mensen hebben heel bewust de veertig dagen naar Pasen toe beleefdPasen het feest van ‘opgewektenopstandigleven. Een groot geheim.

Kortgeleden hoorde ik iemand zeggen bij het t.v. programma ‘Het Vermoedendat Pasen en met name de opstanding voor hem van groot belang is. Hij citeerde Paulus die in 1 Kor. 15 zegt  ‘als Christus niet is verrezen dan is ons geloof zinloos’. Paulus is meerdere malen in zijn leven met de dood bedreigd. Hij waagde zijn leven steeds weer om te getuigen van de blijde boodschapMisschien dat opstanding bij hem daardoor zo’n grote rol speelt.

Soms lijkt het wel alsof wij in een totaal andere tijd leven. Wij hoeven meestal niets te wagen om te getuigen van ons geloofIk ben blij dat Paulus in 1 Kor.13 zo helder schrijft over de rol van de liefde in het leven van een Christen. Alles draait om liefde.

Op weg naar Pasen lees ik ook over het geheim dat de graankorrel in de aarde moet sterven om vrucht voort te brengen. Ik kan eerlijk zijn ‘op dit sterven heb ik het niet zo.’  En deze tekst heeft iets heel onontkoombaars. Ik ben blij dat Jezus iets verder op zegt dat hij ook grote moeite heeft met sterven. Hij huivert bij de gedachte maar het is onontkoombaar als hij naar Jeruzalem gaatHij die zijn vriend Lazarus zo liefheeft dat hij hem aan de dood ontrukt, heeft de afgunst van de geestelijke leiders opgeroepen en ze zijn bang voor een opstand tegen de Romeinen. Toen ben ik verder gaan lezen  en gestopt bij de kruisiging.

Is het niet opvallend dat bij de arrestatie van Jezus één van de leerlingen/omstanders een oor van afhakt van degene die Jezus willen arresterenEn dat Jezus gebiedt om het zwaard terug te steken. Wie het zwaard trekt, zal er door omkomen, merkt hij op.

Bij Lucas geneest Jezus dat oor door het aan te raken. Bij de andere evangelisten gebeurt er niets met dat oor. Zulke kleine dingen puzzelen mij nu en dan.

Nog een keer de vraag: ‘Waar leef ik van?’

Als ik zulke lentedagen meemaak dan leef ik van de zon en de warmte. Van de planten die groen worden en weer bloeien. Van de grutto, de kievit en de scholekster die zich laten horen.

Ik kan me hevig storen aan de mannetjeseenden die zo bot met vrouwtjes omgaan.

Ik leef ook van de verhalen die ik hoor en lees. Van God die meetrekt met zijn volk in de woestijn via een wolk en de tent van samenkomst, de tabernakel. Van God die aanwezig is bij zijn volk in de tempel in het allerheiligste.. Of zoals Johannes het zegt God is mens geworden in Jezus. Jezus die zijn leerlingen de voeten wast en ze daarmee tot het uiterste liefheeft. En ons opdraagt elkaar lief te hebben. En ons onderweg brood en wijn geeft om hem nooit te vergeten. Dat elkaar liefhebben in zijn naam, is een waagstuk, steeds weer.

Daar leef ik van en daar leef ik voor, naast vele andere kleine en grote dingen.

 

                                                                Jelle de Groot

 

 

Ontdek je levensopdracht

 

Gisteren (26 april) aan het eind van de dienst in De Knipe heb ik dat als opdracht meegegeven voor de komende week. Aan het eind van een prachtige dienst met de muziekvereniging Crescendo.

Is de opdracht te groot?

Ik ga er wat over mijmeren….

1. In de bijbel lees je dat mensen tot een levensopdracht komen als God vragen stelt of als God een mens twee maal bij zijn naam noemt. Jezus stelt drie maal de vraag aan Petrus of hij hem liefheeft. Dit nadat Petrus Jezus driemaal heeft verloochend. Petrus ontvangt zijn levensopdracht nadat Jezus hem heeft vergeven en hem zegt  ‘Volg mij’.

Jezus volgen is een levensopdracht dus. Maar dat kan verschillende kleuren krijgen.

Met Pinksteren gaat Petrus de straat op met zijn vrienden en hij verkondigt dat Jezus’zaak nu pas open gaat. Dit groeit in de tijd tussen Pasen en Pinksteren.

Johannes de leerling van wie Jezus veel houdt, heeft de levensopdracht om alles op te schrijven.

In de bijbel lees je dat een levensopdracht altijd samenhangt met Gods volk worden.

In die tijd dachten en leefden mensen vooral in sociale kringen en verbanden. Jezelf worden had alles te maken met volk worden.  Het is wel duidelijk dat de leerlingen van Jezus hun levensopdracht gekregen hebben in het drie jaar optrekken met Jezus.

2. In twee Friese boeken die ik heb gelezen, wordt de levensopdracht van mensen heel duidelijk. In het boek  ‘De Oerwinning ’ van Riek Landman zie je hoe een jonge vrouw haar levensopdracht ontdekt. Die is ‘gelukkig worden en leren liefhebbenomdat ze al vroeg haar beide ouders en broertje verloor en bij een opa is groot gebracht. Haar opa beschermt  haar dusdanig dat ze af en toe de vrijheid neemt via list en bedrog. Ze vecht zich vrij en na enkele mislukte relaties, ontvangt en ontdekt ze de ware liefde. Dan is ze begin twintig en kan ze zich verder ontplooien, op weg naar een nieuwe levensopdracht.

In het boek ‘It Himelsk Oerwurk’ van Durk v.d. Ploeg is een jongen van 12 al geboeid in sterrenkunde, terwijl zijn opa hem daarin voorging maar hij heeft zijn opa niet gekend.

Zijn vader haalt hem vroeg van school want wat echt telt is het boerenwerk. Langzamerhand door veel schade en schande met hulp van twee broers wordt  deze jongeman een boerenprofessor en wordt uiteindelijk een beroemde sterrenkundige rond het jaar 1850.

3. Vroeger lag je levensopdracht vaak al vast bij de geboorte. Voor de meeste vrouwen nog duidelijker dan bij mannen. Natuurlijk kan een levensopdracht wisselen en groeien in ons leven. De rol van vader en moeder is niet blijvend in een zelfde vorm. Vroeger werden bepaalde beroepen  bestempeld en ervaren als roeping. Roeping en levensopdracht vallen vaak samen maar levensopdracht is wat mij betreft wat gewoner. In die tijden dat je ervaarthier sta ik en ik kan niet andersdaar gebeurt levensopdracht. Tegenwoordig zeggen ze eerder  ‘daar ga ik voor’. Als gemeente gaan we ook ergens voor maar dat komt weer een andere keer en dat zit hierin ook verborgen, het is maar net waar je begint.

Ontdek je levensopdracht: kijk terug op je leven en je zult het zien!

Het is als een rode draad die door je levensverhaal heen loopt.

 

                                                               Jelle de Groot

 

Ontdekking

 

Soms kan het een mens overkomen dat hij al lange thuis meent te zijn op een bepaald gebied en dan toch ineens een ontdekking doet. Dat overkwam mij kort geleden.

Ik dacht wat is er in de jonge kerk na Pinksteren gebeurd?  Of is het verhaal gestopt met PinksterenNatuurlijk wist ik het antwoord wel maar nu ging ik weer eens op zoek.

Bij het lezen van de verhalen na Pinksteren in de Handelingen van de Apostelen stoot ik op twee grootheden: Petrus en Paulus. Aangezien ik bij het ouder worden steeds meer interesse krijg voor levensverhalen van mensen, heb ik het levensverhaal van deze twee mannen eens nageplozen. En dan doe ik een ontdekking die eigelijk wel grote gevolgen heeft voor mensen die de bijbel letterlijk nemen. Maar misschien hebben ze deze verhalen nog nooit gelezen?!

Petrus in hoofdstuk 10, 11 en 15 van de Handelingen maakt een grote ommekeer mee.

Hij ziet in een visioen alle dieren – rein en onrein volgens de joodse wet – en hoort God zeggen: “Petrus, slacht en eet!”   ‘Nee, Heer, dat nooit.” 

Ja, Petrus toch wel, want ik maak geen onderscheid tussen rein en onrein.” En dat gebeurt drie keer want Petrus is erg hardhorend en koppig. Hij is erg goed onderricht in de joodse wet en houd zich daaraan. Hij weet niet wat dit visioen betekent.

Maar dan staan er beneden mannen die naar hem vragen om mee te gaan naar Cornelius, Romein en heiden. En Petrus gaat binnen in het huis van Cornelius. Dat kan toch niet!!!

Maar deze Cornelius wil graag weten wie Jezus is en Petrus is vol van Jezus.

En in Jezus valt blijkbaar de scheiding tussen Romein en Jood, tussen heiden en christen weg.

Deze ontmoeting heeft voor beide mannen grote gevolgen. Zo leert Petrus de geboden in het het eerste testament anders te lezen en ze anders na te leven. Dus hij mag die geboden niet langer letterlijk nemenHij keert zich om, vol van Jezus’geest als hij is.

Bij Paulus gaat het iets anders in Handelingen 9 en 15. Saulus is op weg naar Damascus want die ‘verrekte’christenen moeten worden uitgeroeid. Ze houden zich niet aan de wet, de Thora.

Hij zal ze……maar hij valt van zijn paard, geraakt door het licht.

Een stem vraagt hem: “Saul, Saul, waarom vervolgt gij mij?”

En Saulus vraagt: “Wie zijt gij, heer?”

Ik ben Jezus, die jij vervolgt.”

Zo wordt Saulus aangeraakt door Jezusliefde en geest. Heel persoonlijk. Je zou er jaloers op worden. En later noemt hij zich Paulus, de kleine.

Saulus ziet drie dagen lang niets, eet en drink niet en bidt om licht in zijn ogen.

En dan komt Ananias, die ook een stem hoort want hij wantrouwt Saulus.

“Saul, broeder, word ziende.”

In Jezus zijn ze broers geworden.

En Saulus die eerst de Jezussekte wil uitroeien verkondigt nu: “Jezus is de Messias, de bevrijder.”   Net zo fanatiek voor als hij van tevoren tegen is.

Ook Saulus leert om de bijbel niet letterlijk te nemen. Hij wordt nieuw aangeraakt door de geest van de letter. Door Gods geest zelf.  Het zijn prachtige diepgaande verhalen.

Zouden wij nog nieuw kunnen worden op onze leeftijd? Ik hoop en vermoed van wel.

Openstaan bij een ontmoeting met de vreemde  (A)ander en dan gebeurt het.

Zo hebben wij bij Tsjerkepaad mensen mogen ontmoeten van het Apostolisch Genootschap in Heerenveen. Mijn eerste reactie was niet echt open en gastvrij toen ze daarover begonnen.

Mijn tweede reactie is: van die mensen kunnen we leren om met jongeren om te gaan.

Levensverhalen. Het artikel in doopsgezind nl met het levensverhaal van Boele Ytsma boeit me nog steeds. Zijn levenservaring met gemeenteopbouw kan ook ons van nut zijn.

Zijn website www.zoekendgeloven.nl is erg helder en gastvrij. Daar ligt inspiratie voor het oprapen!

                                                                  Jelle de Groot

Kleine hoop
 

Geloof en liefde zijn als vrouwen,
hoop is als een klein meisje,
zij stapt tussen de twee vrouwen.
Die vrouwen houden haar bij de hand,
die wijzen haar de weg.
Het is het kleine meisje hoop
dat al wat tussen mensen leeft
en al hun heen en weer geloop
licht en richting geeft.
Het is het kleine meisje hoop,
je ziet het bang zijn,
zwak en beven.
Je denkt soms dat het zo onooglijk is.
Het is dat kleine meisje hoop
dat de mensen zien laat,
soms heel even
wat in het leven mogelijk is.
Het geloof, zegt God, verwondert me niet,
liefde evenmin,
maar hoop, zegt God, dat is bijna niet te geloven.
Het is het wonder van mij genade.
Ikzelf, zegt God, ben ervan ondersteboven.
 

Gedeelte uit het gedicht Kleine Hoop van de Franse dichter, Charles Péguy (1900).

 

Een heel nieuw jaar ligt voor ons!

 

Het afgelopen jaar was een bewogen jaar.
Al gauw denk je aan Apeldoorn, Michael Jackson, de klimaatconferentie, kredietcrisis en de Q-koorts.
En in onze families was het ook niet altijd zonder levenspijn.
Als je aandachtig leeft met elkaar dan kom je meestal door de levenspijn heen door het samen te dragen. Het geeft soms de mogelijkheid tot meer verbondenheid.
Dan kan water in wijn veranderen!
In onze gemeentes hebben we op veel manieren gebouwd aan meer verbondenheid.
Ik noem er enkele:
De diensten met koffie, de wijkbijeenkomsten, het groothuisbezoek, de zusterkring, de boottocht, de wereldconferentie in Paraguay en de gemeenteavond, de bijbelkringen en niet te vergeten de kring Oosterwolde en de Plusgroep en allerlei informele kontakten hebben veel goeds opgeleverd.
Met mijn omzien heb ik omgezien naar u, zegt de Ene tot Mozes. (Ex. 3,16).
 Zo hebben velen van ons omgezien naar elkaar en naar velen in de wereld om ons heen.
In Doopsgezind nl staat te lezen hoe een meisje van 13 in Safina haar weg vindt dankzij o.a. onze steun.
In hetzelfde nummer staat een oproep om stil te staan bij het ‘handvest voor compassie.’
Mededogen is de kern van alle religies. In het handvest worden we o.a. opgeroepen mededogen te maken tot de kern van ons moreel handelen en van onze religies.
Dan zullen we respect hebben voor religieuze verschillen en ook aan jongeren dit respect voorleven.
De oproep om mededogen meer handen en voeten te geven, kan ons richting wijzen in 2010.

Het is een ander woord vooromzien naar elkaar en naar alles wat leeft.’

Geloven op maandag blijft een oproep en uitdaging!

Ik las ergens: één sneeuwvlok is kwetsbaar maar als vele sneeuwvlokken zich aan elkaar hechten….. zo kunnen wij ons hechten aan elkaar omwille van een beter klimaat in deze wereld, letterlijk en figuurlijk. Dichtbij en wereldwijd.

Eén sneeuwvlok is licht maar de zoveel miljoensteene - sneeuwvlok op die ene tak doet de tak afbreken. Die zoveel miljoensteenemens kan vrede brengen in deze wereld.

Ik ben dankbaar dat zoveel mensen zich vaak over grenzen heen verbinden om samen te werken aan een meer bewoonbare wereld.

Ik hoop en verlang er diep naar dat we dit blijven doen in 2010.

Dat we samen een gezegend nieuw jaar mogen beleven!

 

                                                                                        Jelle

Herstel van vertrouwen- een werkplan

 

1. De eerste stap is bewustwording.

 Je bent gekwetst of je hebt iemand gekwetst. Dan kan lang geleden zijn of kort geleden.

Als je gekwetst bent dan kan dat uiteindelijk innerlijke wrok, verbittering en angst oproepen.

Als je iemand gekwetst hebt kan dat spijt, schuld en diepe onzekerheid oproepen. Ik spreek hier niet over mensen die graag anderen kwetsen en waarbij dat dus vreugde oplevert!

Ik las ergens: ‘Telkens als iemand je erg pijn doet, valt er een stuk van je persoonlijkheid in stukjes, vooral als dat gebeurt op een belangrijk moment van je leven. Een deel van jou wordt slachtoffer en een ander deel in jou dader. Er ontstaat een gebrek aan harmonie en dat brengt angst teweeg.’

Dankzij ons ‘eigen innerlijke ik’- die godsdienstige kern of ziel, die ziel kent het hele programma van je persoonlijkheid en zij weet ook hoe zij je kan genezen, kan een mens genezen maar heeft daar soms lange tijd een helper bij nodig.

Als we eenmaal herkennen dat we opgesloten zijn in het schema slachtoffer, aanklager of redder dan kan het moment van bewustwording beginnen. Ik vermoed dat ieder van ons kan herkennen wanneer je vaak bezig bent met het gevoelze moeten mij weer hebben’ of het gevoeldat neem ik niet’, of het gevoeldaar ga ik iets aan doen’.

Aanklager of redder zijn kan alleen maar goed zijn als het van binnen uit gebeurt, met een gezonde persoonlijkheid, vanuit een heilig vuur en met de mogelijkheid van genieten en loslaten. Wie kent niet die mens die zich altijd ergens in vastbijt en dus nooit gelukkig is of niet kan genieten van de behaalde resultaten, de kleine gelukte stappen?

2. De tweede stap is toepassen. (respect)

 Degene die een boek schreef over vergeven en genezen, schreef over twaalf stappen. Dat boek is niet in het Nederlands vertaald tot mijn spijt.

Maar het is niet moeilijk eigenlijk maar wel moeilijk om te doen als je ernstig bent gekwetst.

Je weet ooit wat je moet doen maar weet niet hoe, ik ken dit uit eigen ervaring. Het heeft mij lange tijd gekost, voor ik weer de draad oppakte met iemand van zeer nabij die mij verschrikkelijk pijn had gedaan. En nog steeds is het zo dat we er nooit over praten.

We hebben het contact weer opgepakt.

Meestal gaat het over kleinere dingen. Iemand heeft ooit iets vervelends gezegd. Je hebt het opgeslagen want het deed jou pijn. En het is nooit meer uit je weg gegaan. Elke keer als je die persoon tegenkomt, laat je bewust of onbewust wetenik moet jou niet’. Je vermijdt die persoon of je zegt zeker geen aardige dingen. Het kan ook zijn dat die persoon die jou pijn heeft gedaan, lijkt op iemand van vroeger. We hebben allemaal patronen van ‘die is zo’en dus blijf ik op een afstand. Oordelen en vooroordelen werken kapotmakend tussen mensen.

Vroeg of laat weet ik dat ik de eerste stap zal moeten doen. Een telefoontje, een briefje of wat dan ook. De draad weer oppakken zeker in een familie of een gemeente waar je elkaar niet kunt ontlopen of waar je zegt ‘we zijn toch allen kinderen van een vader’.

Respect betekent letterlijk ‘met nieuwe ogen gaan zien’. Daar gaat het uiteindelijk om. Met nieuwe ogen zien naar je zelf, en de ander en dus ook naar je diepste zelf. Je komt in harmonie met jezelf en de ander.

3. De derde stap is schoon houden.

 Het leven is zo dat die harmonie elke dag weer verstoord kan worden door jezelf of die ander.

Als je schoon wilt blijven dan is het zaak om steeds weer de lijnen open te maken naar jezelf en de ander. Elke dag de tijd te nemen om je bewust te worden van de pijn die je oploopt of

hebt veroorzaakt. Dit kan op veel manieren. Maar ergens de tijd nemen om je bewust te worden is van groot belang. Vrede in 1 minuut is een mooi werklijstje. ‘Vrede is vrijheid’, dat is een belangrijke zin. Succes ermee!!

                                                                                         Jelle

Groeigroepen

 

In de kerk van vandaag wordt er vaak gezuchtwaar moet het heen met ons als geloofsgemeenschap?’

Een tijdje terug hadden we in oecumenisch verband een bijeenkomst in onze kerk in Gorredijk rond het thema ‘de toekomst van de kerk in een klein dorp’.

Bij de voorbereiding las ik in de bijbehorende papieren het woord  ‘groeigroepen’.

Dat woord liet en laat me niet meer los.

Voor Pasen is de groep rond Jezus al een groeigroep. In drie jaar tijd is dat een kerngroep met allerlei groepen erom heen. Jezus roept twaalf leerlingen, daar begint het. En er zijn een aantal vrouwen die hem volgen. Dat is de kerngroep.

Maar de blijde boodschap is voor de hele bewoonde wereld in die tijd te beginnen met Israël.

Na de kruisdood is de kleine groep in crisis.

Wat nu zonder de grote meester, inspirator, geliefde vriend en voorganger?

In de vijftig dagen tussen Pasen en Pinksteren groeit het besefhij leeft’.

Jezus is niet voorgoed weg. Hij is bij hun anders dan voorheen.

Vooral Petrus ontdekt met Pinksteren ‘de zaak Jezus gaat door’ samen met anderen.

Wat ik van hem gehoord heb, dat ga ik vertellen. Ik kan het niet laten want het maakt me gelukkig. Maar de eersten die ontdekken dat Jezus leeft dat zijn de vrouwen.

En met name Maria Magdalena. Zij mag in al haar verdriet haar geliefde meester ontmoeten op de eerste dag van de week bij zonsopgang.  

En dan?

Inderdaad er ontstaan nieuwe groeigroepen rond enkele mensen die het verhaal van Jezus handen en voeten geven. God houdt van alle mensen en daarom is er geen onderscheid meer tussen slaaf en vrije, man en vrouw, hoog en laag, arm en rijk.

Wat een actuele boodschap tot op vandaag de dag toe.

In Mildam hadden we wijkavonden.

Daar mocht ik ervaren wat een groeigroep kan zijn.

Ook al ontmoet je elkaar twee keer per jaar het kan groeien tussen mensen.

De avond in maart was een avond met grote gevolgen. Daar stelden we levensvragen aan elkaar die we ook aan onszelf stellen.  ‘Waar kom ik vandaan?’  ‘Waar ga ik naar toe als mens?’   Of ook de vraagals er zoveel ellende is dan kan God niet bestaan!’

Zulke vragen doen ons nadenken en stilstaan bij het leven.

Dan ontdek je ookwaar je van leeft’.

Van ellende kun je niet leven.  Leven met ellende moet je wel en daarin ontdek je dan met je wie je verbonden bent. Dat je elkaar nodig hebt om mens te worden in lief en leed. Dat het goed is om elkaar als mens te ontmoeten. Dat je diep blij kan en mag zijn met je leven als mens.

De weg van de mens is een thema van zo’n avond.

Een ander thema is ‘gij zijt het zout der aarde’.

Al met al leerzame avonden waarin ik leer luisteren naar het leven van anderen en van mezelf.

Groeigroepen. We hebben er een aantal van in onze gemeentes. Hele verschillende.

Ik hoop en wens dat ieder mens die bij een groeigroep wil dit laat merken. Het is een levenskans. En zulke groepen samen zijn de bouwstenen van een gezonde en vitale gemeente.

Als je dan regelmatig met elkaar mag vieren en koffie drinken dan is dan een extra plus.

Dan kunnen die groeigroepen elkaar kruis bestuiven. Maar dat kan evengoed op straat als we elkaar ontmoeten in het dorp!!

Zorg dat je erbij komtbij een GROEIGROEP!!!

 

                                                                                                      Jelle

Zomerkost 

Soms als het erg warm is eten wij gemakkelijk.

In het ergste geval koude tomatensoep. Dat hebben we ooit leren maken van een Spaanse vriendin. Maar het is altijd even wennen want je denkt meestal dat het warm is als het op tafel komt. En verder rauwe witlof met allerlei fruit er door heen. En koude aardappels eventueel er ook doorheen als we erg honger hebben. Maar die moet je dan hebben van een vorige keer.

Zo schrijf ik dit stukje ook. Een combinatie van liflafjes of te wel voor elk wat wils.

Er blijven soms dingen liggen of haken die de moeite waard zijn om te delen maar een groot stuk kun je er niet over schrijven. Nu kom ik dan tot de ‘kernen’.

Lang geleden vertelde Fimke een mooi verhaaltje en dat is me bij gebleven en pas ik nu en dan toe.

Een Indiaanse vader onderwijst zijn zoon.

‘In mij wonen twee wolven.

De ene wolf is verscheurend, wreed en boos. Vol angst.

De andere wolf is nieuwsgierig, teder en voorzichtig.

Die twee vechten af en toe met elkaar.’

En zijn zoon vraagt dan: “Wie van de twee wint vader?”

‘De wolf die wint is de wolf die ik veel aandacht geef.’

En het is erg herkenbaar voor mij. Als ik me gekwetst voel en ik voed dat gevoel dan is het na enkele dagen een grote ballon. Als ik het accepteer en voorbij laat gaan en me richt op andere positievere zaken dan slijt het. Of ik moet het vrij gauw kunnen delen dan is het meestal ook goed en leerzaam en snel voorbij.

Nu nog een ander fruitige en zomerse zaak.

Soms kunnen mensen zich afvragen ‘wat doet onze voorganger behalve preken op zondag en vergaderen?

In een jaarverslag kun je niet alles stoppen en meestal beperk ik me tot een A4.

Kort en bondig is mijn standpunt.

Maar….. zo is er De MienteVerzorgingstehuis in Gorredijk.

Daar gaan Saskia en ik minstens zes keer per jaar op vrijdagmiddag naar toe voor een dienst om 16.30. Daar gaan we op tijd naar toe om de mensen even te kunnen begroeten.

Dat is vaak heel hartelijk, nabij en soms verrassend.

Tegen 16.30 is iedereen gehaald en zit behalve één iemand die altijd buiten nog een sigaretje rooktAls die persoon binnenkomt zegt hij ‘we kunnen beginnen’. Dus dan lachen we altijd.

We zingen veel en de preek moet niet te lang zijn en eenvoudig en praktisch. Precies om 17.15 moet iedereen al weer opstappen omdat een kwartier later de zaal gebruikt wordt voor de avondboterham. Dus is het altijd zaak om nauwkeurig te plannen en eventueel een couplet van een lied weg te laten. Improviseren dus.

Deze oude mensen roepen mij op om stil te staan bij vragen als ‘wat kan ik nog als ik oud en gebrekkig ben?’, ‘wat ben ik nog waard voor mezelf en de ander?’, ‘kan ik nog wat van het leven maken nu ik bijna niets meer kan?’

Meestal roep ik om zuster en broederschap in het tehuis te oefenen met elkaar of levenswijsheid te delen met kleinkinderen.Omzien naar elkaar is daar ook nodig net als waar dan ook. Het is mooi om te zien dat er veel vrijwilligers rond die dienst actief zijn, het is een goede club met elkaar. Verder houden we ook een of twee keer per jaar een Mientekring voor de mensen die daar wonen en doopsgezind zijn of zich daarbij betrokken voelen.

Maar het mooiste is de band die er langzamerhand groeit en de dankbaarheid die we terug krijgen. Het laat zien dat door een regelmatig contact, hoe kort soms ook, er hartelijkheid onder mensen kan groeien en dat is een hele goede zaak!

                                                                                                          Jelle

Zomerse vergeving

 

Pinksteren ligt al weer achter ons en we krijgen de hele zomer om

die boodschap van Pinksteren in praktijk te brengen.

Natuurlijk is de zomer vooral bedoeld om te genieten.

Te genieten van het mooie weer en de natuur.

Maar het kan ook zijn dat sommige mensen zich juist wat eenzaam voelen in de zomer.

De verbondenheid die in de gemeente is tijdens het seizoen, die verbondenheid is losser.

Maar….de boodschap van Pinksteren is: samen opstaan en getuigen: Jezus leeft.

Zijn zaak gaat door: met ons en door ons.

Daarom is voor mij de zomer ook een tijd om me te bezinnen.

Om terug te kijken op het afgelopen kerkelijke seizoen.

Wat zijn we rijk met elkaar!!

In heel veel kringen zijn mensen dichter bij elkaar gekomen door te delen.

In heel veel kringen mochten we luisteren enstoeien’ met die blijde boodschap.

In de bijbel lees je dat de leerlingen na Pinksteren samen waren in geloof, gebed, aan tafel en samen delen wat ze bezitten.

Nou dat is heel wat.

Maar tot onze troost ontstaan er al snel ruzies over verschillende zaken.

De weduwen van een bepaalde groep worden achtergesteld bij de weduwen van een andere groep.  De ene leerling verkondigt een andere boodschap dan de ander.

De ene leerling geeft nieuwe leden meer vrijheid dan de andere leerling.

Om samen te vatten: het zijn net mensen.  Toen en nu.

De volmaakte volgelingen van Jezus bestaan niet.

Waarin onderscheiden ze zich dan van anderen?

Ze proberen in gesprek te blijven.

Ze proberen te vergeven.

Ze geven voorrang aan dat wat bindtAan wie bindt n.l. Jezus zelf.

Al met al kunnen we daarin nog wel wat leren.  Leven is leren, wat mij betreft.

Ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat vergeven niet mijn sterkste kant is.

Ik ken mezelf ook goed genoeg om te weten dat wat ik niet vergeef ook doorwerkt en bitter kan worden. Energie vreet dus….

En dat gaat ten koste van mijn zomers verlangen naar vrijheid en ruimte.

Ik heb geleerd afgelopen jaar om te zeggen, meerdere keren, dat iets me spijt.

Dat wens ik ons toe als gemeente: mensen die regelmatig zich bezinnen en dan voelendat had ik zo niet moeten doenen dat uit spreken naar elkaar, met tweeën.

Mijn gelijk willen hebben, of mijnzie eens wat ik allemaal weet’,  heeft die ander gekwetst.

Het is allemaal veel subtieler maar de goede verstaander heeft maar een half woord nodig.

In de zomer staat alles meer open, zo ook ons hart, dat hoop ik!!

 

                                                                                   Jelle de Groot